Kookboek


'Nog Lang Niet uitgeteld' is geen dichtgetimmerd verhaal. Wie er mee aan de slag gaat, vindt algauw zijn eigen draai en aanpak. En zo komen er af en toe leuke en knappe varianten op de spellen boven water, en daarvan laten wij u graag meegenieten. Overigens: als u zelf op een originele manier met het pakket werkt, en uw idee wil delen met de bezoekers van deze, mail dan naar h.heuninck@skynet.be, af en toe bundelen wij die gebruikerstips en publiceren ze dan hier.
 

Vlooienspel 1 (niet het zwembad)

Rekendoel : inoefenen van de splitsing van 10
Speldoel : als laatste vlooien overhouden
Spelregels : Elke speler kiest een startveld en een kleur. Hij neemt 5 vlooien van zijn kleur. In de eerste ronde brengt elke speler om de beurt één vlo in het spel. Hij laat haar zolang rondwippen tot ze een cijfer raakt, en raken is echt voldoende. De vlo mag nadien niet verschoven worden, ze moet wel degelijk springen. Springt de vlo van het spelbord dan mag ze tot driemaal toe terug in het spel gebracht worden. (Dit gebeurt immers vaak als kinderen nog niet aan het spel gewend zijn, bij vaardiger kinderen kan u op dit onderdeel strenger zijn, bij beginnende kinderen kan u snel uw hand plaatsen en de vlo zo in het spel houden). De vierde maal wordt de vlo uit het spel genomen.
In de tweede ronde probeert elke speler met een nieuwe vlo een cijfer te raken dat in combinatie met één van de cijfers waarop een vlo ligt, juist tien maakt. Hij neemt dan beide vlooien (wiens cijfers samen nèt tien maken) uit het spel. Zijn eigen vlo (of vlooien) mag hij bij een volgende spelbeurt opnieuw inzetten. Indien hij een vlo van een tegenspeler uit het spel nam, is deze 'verloren' voor die speler.
Wie het laatst nog vlooien overhoudt om verder te spelen, wint het spel.
aantal spelers : 2 tot 4
speeltijd : ongeveer 10 minuten
doelgroep : eerste klas / groep 3
materiaal : vlooienbord, 5 vlooien per speler, blokjes
 

Vlooienspel, zwembad

Rekendoel : meerdere getallen na elkaar optellen, verstandig bij elkaar nemen
Speldoel : De vlo zo lang mogelijk boven water houden
Verhaal : Je vlo gaat op groepsles zwemspringen. Haar lesgever heeft haar tot op het gele platform in het midden van het zwembad gebracht en staat klaar met een groot net om haar op te vissen als het misloopt. Zo lang het goed gaat, mag ze verder springen.
Spelregels : Elke speler legt om de beurt zijn vlo op het gele platform en laat haar wegspringen. Een vlo heeft zeer sterke pootjes en kan zich zelfs aan natte, glibberige voorwerpen vastklampen, maar ze kan absoluut niet zwemmen. Telkens een vlo in het water terecht komt, wordt ze door de redder opgevist en mag ze op het gele platform even uitrusten, ze scoort dan voor die beurt '0'. Per les worden er tot 10 sprongen uitgevoerd. Bij elke sprong blijft de vlo vooruitgaan tot ze ofwel in het water terecht komt (en '0' scoort) ofwel een cijfer raakt. Elk cijfer mag maximum één keer voorkomen. Per sprong mag de vlo tot 3 maal van het spelbord springen, ze begint dan terug op de plaats waar ze vertrokken is.
Elk cijfer dat de vlo raakt, wordt door de speler opgeschreven. Na het spel telt elke speler zijn getallen bij elkaar. Om dit op een handige manier te doen, probeert hij de getallen zo bij elkaar te nemen dat ze telkens ronde getallen vormen, of dat hij een klein getal 'uitdeelt' om zo volledige tientallen te krijgen.
aantal spelers : 2 tot 4
materiaal : zwembadbord , één vlo en één wipper per kind, pen en papier
tijdsduur : 10 à 15 minuten, afhankelijk van de handigheid van de kinderen
doelgroep : tweede leerjaar, groep 4
 

Adders en ladders, variant 1

Het spelen van Adders en Ladders met een gewone dobbelsteen is een goede uitdaging voor kinderen die zich in de getallenrij tot 100 beginnen te oriënteren. Telkens zij immers de kans krijgen een ladder op te klimmen of jammerlijk opgeslokt worden door een slang, moeten zij goed kijken in welke richting zij hun pion verder moeten verplaatsen. Ook aan de draaipunten is het vervolgen van de weg geen evidentie.
We hebben bij dit spel met opzet sommige cijfers half verborgen achter slangenlijven en ladderspaken. Het kind moet dan naar het vorige en/of volgende getal kijken om zich te oriënteren. Ga zelf ook niet te snel, tenzij u het kind het plezier wil gunnen u te kunnen betrappen op een (èchte) fout.
Rekendoel : oriëntering in de opvolging van de getallen tot 100
 

Adders en ladders, variant 2

Dit is één van de meest gevraagde spellen bij de kinderen. U kan uiteraard ook de deelsommen als 'dobbelsteen' gebruiken. De uitkomst op de deelsom bepaalt dan het aantal stappen dat het kind vooruit mag gaan. Op het einde van het spel geeft dit echter een probleem. Het spel is 'officieel' immers pas gewonnen als je juist op de 100 uitkomt. Met de deelsommen kan het kind echter 1 tot 10 stappen zetten (i.p.v. 1 tot 6 met een gewone dobbelsteen) waardoor het 'juist uitkomen' moeilijker wordt. U kan dit ondervangen door voor het einde van het spel over te schakelen op een gewone dobbelsteen of te bepalen dat wie het eerst de 100 bereikt, ook al heeft hij nog stappen over, gewonnen is.
 

Boter, kaas en eieren; variant tot automatiseren

U kent ze wel, de kinderen die ècht geen foutjes willen maken. Liever traag en nadenkend, dan een keertje uitschuiven. Dat is uiteraard een mooie eigenschap, maar best wel hinderlijk als je het tempo wil opdrijven. Het volgende kan helpen :
Leg alle somkaarten met de blinde zijde opwaarts naast het spelbord. U spreekt met het kind af dat je hetzelfde spel zal spelen, maar dat je niet om de beurt speelt. Je mag telkens een volgende kaartje nemen als je het vorige hebt opgelost. Uiteraard gaat de werksnelheid hier de winkansen sterk beïnvloeden. U spreekt af dat u, als geroutineerd rekenaar, telkens tot '3' zal tellen voor u een volgende kaartje neemt. Afhankelijk van het kind dat voor u zit gaat u uw telsnelheid aanpassen, nèt iets sneller werken geeft de beste stimulans. Terwijl u de sommen oplost, blijft u het kind controleren. Bij foutjes legt u ook uw eigen spel stil om de denkstrategie van het kind even te corrigeren.
Voor sommige kinderen is deze vorm van tijdsdruk te belastend. Voor veel kinderen maakt het juist een verschil.